Maart liep over in april. Heel logisch natuurlijk, en toch… Als je leeft in de polder, verandert er méér dan alleen de omgeving. Je wordt zelf ook een beetje uit je winterslaap gehaald. En daar helpt een minicamping zeker bij.

Na de drukte van het werk in de zorg begint de natuur – en dus ook de minicamping – weer om aandacht te vragen. En ik moet zeggen: dat moet weer even landen. Alles wat in de winter is opgeslagen, moet van het stof ontdaan worden. De pipowagens wilden we een frisse, nieuwe kleur geven aan de binnenkant, en allerlei kleine klusjes werden weer opgepakt.

Wat een geweldige ervaring is het dan, als je in het weekend – en met de komst van de zomertijd – zo volop mag genieten van de natuur. De eerste boerenzwaluw bleek een doortrekker, maar de kiekendief-man was er ineens weer. Een winterkoninkje was een nest aan het bouwen bij de afwasplaats. De ganzen en eenden hebben al eieren, en de ransuilen zijn elke avond weer te horen én te zien boven het paardenveld. Steeds meer dieren laten zich horen en zien.

Dan voelt elke stap buiten als een stap naar wakker worden, na de lange winter. Een voorjaarszonnetje zoals we dat de afgelopen weken hadden, helpt daar natuurlijk enorm bij. Wat een genot!

Op dit moment knalt de flora uit de grond. Fluitenkruid, kleefkruid, pinksterbloemen en koolzaad laten zich steeds meer zien en wedijveren met de grote tulpenvelden rondom onze minicamping. Elke dag is een cadeautje – als je het maar kunt én wilt blijven zien.

En dát willen delen is precies de reden waarom we ooit begonnen zijn met de minicamping.

Op naar de mei-maand!

Vriendelijke groet, Aad